Member details
 Show in normal design
Welkom bij mijn blog, Marginaal genaamd. Op mijn blogs neem ik het onderwijs, de politiek, de media, het hedendaagse leven en verder alles wat mij raakt op de korrel. Ook schrijf ik soms fictie met een autobiografische inslag. Reageer gerust. Dank voor jouw aandacht en het lezen.

NB: Hieronder drie topschrijfsters, te goed voor Hyves.
NB: Daaronder al mijn blogs.
 
Bronvermelding: Een bijzondere bewerking van het oorspronkelijke sprookje van Hans Christian Andersen: “De prinses op de erwt”.
Smulweb is de bron van de receptuur en bereiding van de bewuste kikkererwtencurry.
Lotje maakte mij bekend met het fenomeen kikkererwtencurry; het was mij volslagen onbekend. Dank je wel.


Er was eens een prins, lang geleden, die wel zo graag een prinses wilde vinden, maar het moest wel een bijzondere prinses zijn. Een heel bijzondere. De prins reisde de ganse wereld rond om er zo eentje te vinden, maar nergens trof hij een voor hem acceptabel exemplaar. Overal was hij niet tevreden. Steeds kwam er iets tussen, een kink in de kabel. Een onvolkomenheid. Prinsessen waren er in overvloed, maar of het echt zijn beoogde prinses was, daar kon hij nooit helemaal achter komen. Er was altijd wel iets wat niet helemaal in de haak was. Na een zoektocht van ruim een jaar kwam hij onverrichter zake thuis. Hij was intens bedroefd, want hij wilde koste wat het kost toch als liefste wens een heuse prinses in huis hebben. Liever gezegd: in de keuken.

Op een goede vooravond in de nazomer, het was een heel erg broeierige dag geweest, brak er een vreselijk onweer los. Het bliksemde en donderde en de regen stroomde met bakken neer. Het was met recht beestenweer. Toen werd er aan de poort geklopt en de oude koning ging zelf open doen. Het was een volslagen doorweekte jonge vrouw die buiten op het bordes stond. Lieve hemel, wat zag zij eruit door het noodweer. Het regenwater droop uit haar kleding en haren. Ze sopte in haar bevallige pumps. Ze zei dat ze een echte prinses was op weg naar haar bestemming. Wie niet, dacht de oude koning sceptisch, maar als blijk van zijn gastvrijheid en goedheid noodde hij haar binnen. In dit weer zou je zelfs een hond binnen laten.

Ja, daar zullen we zo wel eens achter komen, dacht de oude koningin even later, toen ook zij vernam dat er een natte, vermeende prinses gestrand was. De koningin zei echter niets. Ze troonde haar de slaapkamer voor gasten binnen, gaf haar schoon beddengoed en droge kleding, wees haar de bijbehorende badkamer en sommeerde haar zich zo fris, fruitig en schoon te melden in de grote paleiskeuken naast de eetzaal. Daar zou de prinses zo aanstonds mogen bewijzen wat zij in haar mars had. En wellicht, zo dacht de oude koningin stiekem, of het de ideale prinses voor haar zoon zou kunnen zijn. Men wist immers nooit hoe een koe een haas zou vangen?

De koningin ontving het omgeklede prinsesje met droge, geföhnde, inmiddels weer blonde haren, die fraai om haar grappige bekkie vielen even later in de immens grote keuken. Ze had blauwe ogen en ze zag er erg appetijtelijk uit, vond de koningin. Leuk genoeg voor haar zoon. Helaas was dit criterium niet echt van doorslaggevende aard. Het ging om een ander, van een groter belang zijnde item. De prinses keek haar vragend aan. De koningin wees gebiedend naar de achterzijde van de keuken, waar er zichtbaar een heel aantal artikelen stond uitgestald. De koningin nam het woord. ‘Daar vind je de ingrediënten voor kikkererwtencurry met kip en naanbrood, het meest favoriete gerecht van de prins. Ik verwacht dat je deze maaltijd over ruim een half uur in de eetzaal serveert. Ik dek de tafel.’ Resoluut draaide ze zich om en verliet de keuken, de prinses een beetje confuus achterlatend.

De prinses was een klein culinair wondertje en was wel bekend met de Indiase keuken. Ze nam de ingrediënten in ogenschouw en toog aan het werk. Ze maakte twee rode paprika’s schoon en sneed ze in stukjes. Ze liet de kikkererwten uitlekken. Ze schilde een komkommer in plakjes. Het naanbrood verwarmde ze in de oven. Ze verhitte in een braadpan olijfolie en bakte de kipreepjes drie minuten. De paprika bakte ze twee minuten mee. Vervolgens schepte ze de uitgelekte kikkererwten erdoor en voegde er een lekker pittige currysaus toe. Tenslotte vermengde ze de komkommer met vier eetlepels Griekse yoghurt en bracht dit met peper, zout en knoflook op smaak.

Vol trots serveerde ze even later de curry met de rest van de yoghurt, de frisse komkommersalade en het verwarmde naanbrood op de prachtig gedekte eettafel, waar het koninklijk gezin verwachtingsvol zat te wachten. De koning had een mooie, gekoelde fles Riesling klaarstaan, die precies paste bij zo’n pittig gerecht als dit. Het geurde niet alleen goed; het smaakte ook prima. Vol trots zat de prinses smakelijk mee te eten. De prins wist niet hoe hij het had. Zo lang tevergeefs naar gezocht. Nooit gevonden. Nu was daar zomaar, uit het niets, als verzopen kat verschenen, zijn keukenprinses. Zijn gedroomde illusie. Ze was nog eens mooi ook. Het waren vooral de blauwe ogen die hem de hele tijd een tikje ondeugend aanblikten. ‘Hoe heet je?’ vroeg hij haar toen hij zijn bestek weglegde en voldaan over zijn buik wreef. ‘Lotje.’ ‘Trouw je met me?’ Ze knikte slechts, alsof ze niets anders dan deze vraag had verwacht.

De prins nam haar in een mum van tijd tot zijn vrouw, want nu wist hij dat hij een echte keukenprinses had gevonden. Eigenlijk had ze hem gevonden, realiseerde hij zich voortaan gelukzalig als hem zijn favoriete gerecht weer werd geserveerd. En dat diende wekelijks minimaal één keer te gebeuren. Hij noem Lotje altijd zijn persoonlijke hoofdprijs uit de grote loterij van het leven. Een beter lot zou hem verder nooit ten deel kunnen vallen. En Lotje met haar olijke, blauwe kijkers? Ze heeft hem maar nooit verteld, dat ze getipt was. Je moest mannen nooit te veel vertellen, had haar moeder haar geleerd. Haar vader, kok van professie had haar weer het koken geleerd. Ze leefden nog lang en gelukkig, dat behoeft verder geen betoog.

© Simon Trommel
Augustus 2008

Word ook lid van de Hyves Simons blogs.

Zie ook mijn website.



Saturday, 01:08
Verbaal kabaal dat mensen raken kan
als mokerslagen hun doel wreed treffen.
Maar ook de mens ideëel verheffen
kan door interactie met groots elan.

Men dient wel te allen tijde te beseffen
berokkend leed, dat komt er soms zo maar van
ook al was ’t geen snood, vooropgezet plan
om oud zeer of ressentiment te vereffenen.

Niemand willen kwetsen,
louter satirisch en badinerend
wat met clichés willen schertsen.

Het woord blijkt soms belerend
of juist niet en wordt het zwetsen;
maar wroeging is wellicht wederkerend.

© Simon Trommel
Augustus 2008


Ooit waren de Klisjeemannetjes twee typetjes van Kees van Kooten en Wim de Bie. De Klisjeemannetjes voerden altijd samen een gesprek aan het biljart. Zo’n gesprek kon over allerlei triviale zaken gaan, maar was altijd doorspekt met clichés. Op Hyves tref je nu een overdaad van clichévrouwtjes aan, getuige onderstaande chatdialoog.

‘Heb je ook dat stukje gelezen over dat arme, zielige vrouwtje, gedumpt door haar akelige mannetje dat nog niet genoeg met de vrouwtjes gespeeld heeft in zijn leven. Nu staat ze er helemaal alleen voor met haar kleine kindje. Wat een eersteklas hufter, die kerel.’

‘Natuurlijk, te erg, zo mooi verwoord, wat een dapper lieverdje is het, echt, de tranen liepen over mijn wangen. Zo met haar te doen!’

‘En dat stukje over dat doodzieke meisje? Huiveringwekkend vond ik dat. Kippenvel. Bij mij was er ook een traantje. Zo helemaal beeldend beschreven. Ik voelde me knap kut voor haar.’

‘Ja lieffie, brok in m’n keel, had ik ervan. In Uitgelicht las ik zo’n mooi, meeslepend blogje over iets van de natuur en gevoelens. Kippenvel is te zacht uitgedrukt. Het was van zo’n Alter Ego, gekke naam trouwens, iets ouds, Grieks of Latijns, nooit gehad op school.’

‘Je bedoelt die Sophocles, dat is een geheime schuilnaam of zoiets. “Onweder en onlust”, heet dat stuk. Iemand had als reactie: vol met metaforen, wat dat ook wezen moge. Maar werkelijk, aangrijpend, zo intens, het grijpt je gewoonweg bij je strot.’

‘Het ontroerde me zo sterk. Vast geschreven door een mooie, geleerde man. Wie zou het zijn? Wie zo kan schrijven, is vast ook lekker in bed, dacht ik nog!’

‘Oh ja hoor, nog steeds op zoek naar een lekkertje? Er zijn er genoeg te vinden hier. Flirt eens met die Jozias. Lekker ding. Niet te oud, slim, goede baan, vrij, ziet er nog lekker uit voor zijn leeftijd en hij schrijft soms geile blogs.’

‘Ideetje, laatst schreef hij zo liefdevol over het aflopen van zijn vorige relatie. Hij bleef toch nog lief over die overspelige bitch van hem schrijven. Misschien is het dus wel een softie. Zit ik toch ook niet op te wachten. Ik wil wel een echte vent. ’

‘Lees jij trouwens op de site bij die bitch met al die mannen. Wat een foute kuttekop is dat zeg. Ze belazert ze allemaal en schrijft dat doodleuk op onder zo’n fakenaam als “Queen of love”. Mannen trappen daar natuurlijk weer in. Sukkels zijn het toch. Een leuk bekkie, wat stoute foto’s en een cuppie D, dan zit het wel goed.’

‘Misschien is het fictie, heeft ze het verzonnen en is het niet autodidactisch of was het nou autobiografisch?’

‘Oh ja, ga jij ook de geleerde kakmadam uithangen, troeltje? Je verhaal over je kleintje dat voor het eerst in bad ging, vond ik wel zo knap geschreven. Zo heel erg mooi. Zo liefdevol en teder. Je bent een talentvolle moeder, weet je dat wel?’

‘Dank je, ik dacht laatst, zal ik eens een uitgever bellen voor een bundeltje? Een heleboel reacties zeggen dat ik talent heb. “Het meeslepende leventje van een jonge mama.” Mooie titel, niet dan?’

‘Doen meid, je hebt meer talent dat een heleboel anderen hier op Hyves. Als jij iets schrijft ben ik er stil van. Ademloos. Uitgevloerd. Fantastisch. Volslagen verrukt.’

‘Nou, dat vind ik nu altijd bij jouw korte gedichtjes. Zo’n intens gevoel, pure herkenning, zo mooi verwoord, zo zuiver, zo adembenemend. Woorden schieten dan tekort.’

‘Dank je meis, word er een tikkeltje rood van. Zou je denken dat ik een gedichtbundeltje kan verkopen? Ik, een simpel vrouwtje met zo weinig opleiding?’

‘Jouw rijkdom aan gedachten zitten in je mooie hartje, lieverd, daar kan geen enkele opleiding tegenop. Trouwens, wel eens de rijmelarijtjes van “Deerntje aan het Meertje” gelezen? Dat kan jij echt zo veel beter hoor.’

‘Ik zal eens verzinnen. Heb jij onze gezamenlijke vriendin Anitaatje gelezen over haar privé shit? Ook schitterend, niet waar? Zo kwetsbaar geschreven, zo met gevoel, en voor mij persoonlijk ook zo herkenbaar. Die laatste zin: “Een oorverdovende stilte was alles wat er mij toen restte”. Dat lijkt wel literair verantwoord, zo heet dat toch?’

‘Anitaatje kan er wat van. Dat is wat ander dan die turbotrut van een Sara-Louise, ik noem haar arrogante saaie Loes, die noemt zichzelf zoiets van copywriter, die met heerlijk luchtige blogjes toch probeert een boodschap aan de lezer mee te geven. Walg mens, ga boodschappen doen muts. Kopieerdoos.’

‘Zo ken ik je weer. Nog een laatste tip voor ik nog wat heerlijk ga bloggen. Moet je eens letten op dat grietje uit Utrecht, Mabeltje. Al haar krabbels zijn steeds met mannen en heel vaak dubbelzinnig. Die is duidelijk op iets uit. Moet je eens doorkrabbelezen. Volgens mij zit zij halve nachten te inboxen of te kwekken met die gewillige gasten. Sletje.’

‘Gelukkig zijn wij van de fatsoenlijke normen en waarden, niet waar schatje?’

‘Zo is dat lieverd, wij zijn zo herkenbaar… Kus.’


NB Alle gebruikte namen zijn vanzelfsprekend gefingeerd.

© Simon Trommel
Augustus 2008




29 Jul, 20:35
Op zo’n schitterende zomeravond, welke in Nederland sinds de laatste jaren steeds meer in zwang zijn geraakt, stond Paul ver na middernacht voor het open slaapkamerraam naar buiten te staren. Hij kon niet slapen. Achter hem hoorde hij het rustige ademen van Ine. Zij kon altijd slapen. Het was nog veel te warm. Die avond had de jaarlijkse, traditionele straatbarbecue plaatsgevonden. De eerste vrijdag in juli. Hun huizenblok van zes huizen deed dat al sinds jaar en dag. Op het grasveldje achter hun huizenrijtje waren de tastbare herinneringen nog her en der verspreid tentoongesteld.

Stoeltjes, tafeltjes, twee gedoofde barbecues, veel lege flessen, wat vaatwerk en een partytent. Wat een zootje, dacht Paul. Hopelijk ruimde ijverige buurman Aad dat morgen op, wanneer Paul zich nog eens lekker omdraaide. Paul dronk een slokje water uit z’n flesje Spa blauw. Dorst, nu al. Zoals altijd een biertje en wijntje teveel op en te weinig substantieels gegeten, teveel stokbrood met satésaus geconsumeerd en zeker weer veel te veel gerookt. Gezonde avond geweest. Er was ook salade en rauwkost, herinnerde hij zich nu. Dat was echter nooit aan hem besteed. Met Sonja Bakker had hij niets. Schijt aan Sonja. Hij was geen konijn.

De vrouw van Aad, zoals zo vaak iets te ordinair luchtig gekleed, had onder invloed van haar lijfdrank Rosé met elke buurman geflirt. Vaste prik. Niet zijn cup of tea. Ine had de hele avond met het nogal intellectuele stel van de andere kant gediscussieerd over de onderdrukking van de vrouw in de moderne maatschappij. Ook niet een onderwerp waar Paul voor warmliep. De andere vrouwen praatten vooral over de kinderen. Paul had de vaste mannenthema’s lijdzaam ondergaan: auto’s, hypotheken, voetbal en toch ook de hitsige buurvrouw Rosé, zoals ooit iemand Rosanne had omgedoopt. Ad was degene die de ganse avond stond te bakken. Dat was blijkbaar zijn passie.

Paul had plots heel erg trek in een sigaretje, maar dat kon niet hier in de slaapkamer. Weliswaar geen horeca, maar toch ten strengste verboden. Onwillekeurig keek hij even om naar z’n vriendin, die naakt half onder haar dekbed uitkwam. Al lang zijn eigen lekkere wijf. Daar had hij geen geile, oversekste buurvrouw voor nodig. Hij had het warm, ondanks het feit dat hij slechts in z’n onderbroekje voor het wijd geopende raam stond. Zou hij toch maar naar beneden gaan om nog een laatste peuk roken? Was ich noch zu sagen hätte, dauert eine Zigarette, weerklonk door zijn hoofd. Net toen hij aanstalten wilde maken, hoorde hij geluiden buiten. Het leek wel van twee kanten af te komen.

Paul tuurde eerst de tuinen af, maar zag opeens achter de schuurtjes twee gestalten verschijnen op het veldje. De twee vage silhouetten naderden elkaar alras. Dieven of vandalen? Hij boog zich ver over de vensterbank en tuurde de nacht in. Het was gelukkig helder, de maan scheen. Paul fronste. Waren dat nou Rosé en Hendrik van de andere hoek die elkaar onder de partytent troffen en zelfs ook innig kusten? Hij tuurde nog eens goed. Inderdaad. Rosé, oké. Maar Hendrik, die fatsoensrakker met zijn gepreek over normen en waarden. Hij vond blijkbaar huwelijkstrouw een waardeloze norm. Ja hoor, ze kusten elkaar echt. Uitgebreid.

Het kussen verliep heftig. Gefascineerd stond Paul te kijken. Hendriks handen verdwenen onder haar korte naveltruitje, vast om te controleren of haar borsten echt waren. Dat had Paul zich overigens ook wel eens afgevraagd. Als hij het goed zag, zat Rosé met haar hand in zijn broek. Sterker; binnen een mum van tijd stond buurman Hendrik in zijn onderbroek. Ook dat stadium doorliep hij snel en Paul aanschouwde de erectie van die stijve hark. Gênant. Toch werd hij geboeid door het onalledaagse schouwspel, zeker toen buurvrouw op haar knieën in het gras die brave Hendrik als lolly hanteerde.

Opeens voelde Paul een hand in zijn onderbroek die zijn erectie omvatte en langzaam heen en weer begon te bewegen. Ine was blijkbaar wakker geworden. ‘Zijn we aan het gluren naar de buren?’ ‘Kijk, dat zijn Rosé en Hendrik!’ Paul draaide zich half om en kuste Ine, ondertussen haar kleine, stevige borsten masserend, wetend dat haar tepels altijd onmiddellijk daarop reageerden. Hij was geil geworden van het erotisch straattoneel. Ine ook, dat zag hij aan haar ogen. Ze liet hem met tegenzin los, duwde hem wat weg en ging zelf voorovergebogen voor het raam staan: ’Neem me hier, ik ben al nat genoeg”,

Paul gleed tussen haar billen Ine’s vochtige heerlijkheid in en pakte haar bij de strakke billen vast. Dat vond ze lekker, wist hij. Zo keken ze beiden naar buiten en zagen dat ook de buurtjes liggend op het gras vrolijk hun buitenechtelijke escapade aan het vieren waren. Hopelijk, dacht Paul niet erg relevant, hadden ze aan een condoom gedacht. Hendrik was zeker erg onder de indruk van Rosé’s voorkomen, want hij was blijkbaar nu al klaargekomen. Paul voelde dat de opwinding hem ook wat te machtig werd, zeker ook aangewakkerd door de ontegenzeggelijk fraaie, naakte Rosé. Haar fysiek was zeker geslaagd.

Hij kwam klaar. ‘Sorry Ine, mompelde hij in haar oor, morgen doen we het weer uitgebreid.’ Hij kuste haar teder op haar blonde kruin. In de badkamer keken ze elkaar aan en proestten het uit. Overspel in de Eksterlaan, wie had dat ooit gedacht. Terug in de slaapkamer, keek Paul nog even uit het raam. De rust was wedergekeerd op de speelweide. Zouden ze het condoom wel hebben opgeruimd? ‘Kom nou, ga slapen’, zei Ine al half dommelend, ‘er komt heus geen tweede voorstelling meer. En zo wel, dan werk ik er hier in elk geval niet meer aan mee. Wist ik veel, dat ik met een vunzige voyeur samenwoonde’.

De volgende middag liep Paul het huis uit naar zijn auto om de zaterdagse boodschappen te gaan doe. Ine lag decent in haar bikini te zonnen in de achtertuin. Hendrik stond gewoontegetrouw zijn Volvo te wassen. ’Het was leuk hè?’, zei hij. Paul knikte en zei: ‘Ja, ja buurman, de jaarlijkse straatclimax’. In de verte stond Aad ijverig de barbecues te legen. Ook Rosé kwam uit haar tuintje tevoorschijn in een bikini die echt niet veel kleiner kon. ‘Hé Paul, lekker geslapen met al dat bier?’ ‘Eerlijk gezegd buurvrouw, geen oog dicht gedaan. Veel te warm. Ik heb maar wat naar buiten zitten staren. Fijne zaterdag nog.’

© Simon Trommel
Juli 2008

Word lid van Simons blogs.

Kijk ook op Simons website voor meer info.


20 Jul, 23:41
Deze blog is het vervolg van Eindpunt en Uitbehandeld.

Lieve Jan, je lijden is voorbij
het leed is nu geleden.
Een goede vriend voor mij
je behoort nu tot mijn verleden.
Maar dat verleden blijft mij bij:
Ik zal je nooit vergeten,
ook al keerde nooit het tij.
De herinnering doet mij weten
dat ik jouw vriend mocht zijn.
Niet louter familiair verbonden,
maar delend lief, leed en pijn,
niet door jouw dood ontbonden.
Mij rest nu niets dan de goede tijden
die we hadden door vele jaren heen.
Verdriet en onmacht zijn niet te vermijden.
Verontschuldig me mijn geween.
Jij wilde liefde en vreugd als je erfenis,
typerend voor jouw mooie mens zijn.
Ik houd dat vast, als nagedachtenis,
hopelijk als ‘t vergoeden van mijn pijn.

Rust zacht.

© Simon Trommel
20 juli 2008



14 Jul, 19:32
natuurlijk kringloop
treft menselijk specimen
start: begin van eind
perpetuum mobile
baren, leven, dood, reset

© Simon Trommel
Juli 2008



Tanka

Een tanka is een lyrisch gedicht, geschreven in vijf regels met 5-7-5-7-7 lettergrepen, vooral in gebruik tussen de 12de en de 15e eeuw in Japan. In zekere zin was de tanka een voorloper van de haiku. De twee delen, 5-7-5 en 7-7 vormen de bouwstenen van de renga. Ze laten de tanka karakteriseren als een ' uitgebreide ' haiku, in het Nederlandse taalgebied vergelijkbaar met het miniatuursonnet. Een kigo of seizoenswoord invoegen was regel. In tegenstelling tot de haiku, die objectiviteit betracht, laat de tanka het uiten van emoties toe. Dit geeft soms aanleiding tot melige en zelfs tranerige teksten. Zelfbeklag is echter geen aanrader bij het schrijven van een tanka.
Bron: Wikipedia
9 Jul, 19:19
Na dertig jaar voor de klas stop ik met lesgeven om te onderzoeken wat ik verder nog kan. Lees daarover ook in mijn blog Uit de school geklapt.

Dertig jaar zijn weggegleden
als de snelheid van het licht;
zoveel namen, ogen, rijk verleden,
geven mijn geest een groots gewicht.

Vergeten kinderen, vervaagde blikken,
klassen, scholen, ouders, collega frikken.
’t Lijkt alsof de historie traag vervaagt
tot nutteloze kennis, ’t is of je op geesten jaagt.

Hoeveel van mij is er bij hen blijven hangen?
Welke les gaf deze meester mee?
De macht van de kennis was mijn verlangen,
of was toch meer creativiteit een beter idee?

Eer en geweten was mijn drijfveer steeds.
’t Idee van kennis geven wordt allengs sleets.
Eens blijkt: een historische blunder van belang.
Draai terug de klok, is alles wat ik verlang.

Niets is voor niets, elke steentje helpt mee,
Zo beschouw ik mijn geringe bijdrage laconiek.
’t Gaat bovenal om de idealistische idee:
Verrijk een kind, het is in principe uniek.

Dertig jaar, voorbij in een vloek en een zucht.
Mijn creaties zijn hopelijk niet van de lucht:
Proza, poëzie, columns, een boek, een illusie?
Ik taal naar een welluidende, literaire occlusie.

© Simon Trommel
Juni 2008

Word lid van de Hyves Blogs van Simon.

Lees ook Simons weblog.



4 Jul, 19:18
‘We zijn wel klaar met u’, hoorde de doodnerveuze patiënt met naast zich zijn enorm trillende vrouw de witgejaste specialist zeggen op een wijze, zoals hij ’s avond met een collega aan de bar van hun vaste etablissement terloops twee Johnny Walkers black label bestelde. De wereld van de patiënt stortte terstond in. En die van zijn eega. Zijn denken stopte. Zijn adem stokte. Alle hoop, zo al die nog in enigermate existeerde, vervloog. Al hun ijdele verwachtingen waren gebaseerd geweest op die vreselijke medische ingrepen die men betiteld had met het verneukeratieve woord kuur. Eufemisme in optima forma. Deze ziekmakende, giftige ellende die de medici dan in je amechtige lichaam pompten, moesten dan dat andere onheil bestrijden. Een soort chemische burgeroorlog met jouw body als strijdtoneel. Kuren, het mocht wat. Het ziekenhuis als kuuroord. Zo bezien was het driewekelijks ritueel een recreatief uitstapje. Waar ga jij heen? Centrum Elysium, Duindigt, Thermen 2000, Holland Casino? Oh, kuuroord Bronovo, leuk hoor, moet ook erg goed zijn. Geniet ervan.

De arts vervolgde consistent weinig subtiel zijn verbale mokerslagen: ‘U bent uitbehandeld. Wij kunnen niets meer voor u betekenen. Heeft u daar wellicht nog vragen over?’ Vragen, godverdomme? Heeft u even? De doodzieke man had er een heel aantal voor handen. Schier oneindig veel. Waarom hij? Hoe lang had hij nog te gaan? Hoe moest dat nu met zijn vrouw? En zijn kinderen? Hoe kwam hij er aan? Hoe kwam hij er af? Waarom genazen ze hem niet? Er waren toch tegenwoordig overal medicijnen voor en tegen? Konden ze zijn eindtijd berekenen? Hoe zou zijn einde er eigenlijk uitzien? Moest hij hier in het ziekenhuis blijven? Terwijl hij al deze bedenkingen als ondertitels op zijn netvlies in een razend tempo voorbij zag komen, schudde hij slechts bedeesd het gepijnigde hoofd. Naast zich hoorde hij z’n vrouw zachtjes snikken. Blijkbaar hadden haar emoties de ratio ingehaald. Terwijl de wat ongeduldig wordende dokter hen nog eens vragend aankeek, schoof deze zijn bureaustoel al wat naar achter. Deze klus zat er wat hem betreft wel weer op. Missie volbracht. Volgende patiënt graag.

‘Uw huisarts helpt u wel verder’, gaf de oncoloog als laatste strohalm mee, onderwijl zijn hand uitstekend om de gevonniste patiënt en z’n intrieste vrouw dringend, doch beleefd te duiden dat het de hoogste tijd was. Beiden verlieten de spreekkamer als geslagen honden. Ze bliezen de treurige aftocht als twee kandidaat hemelbewoners die aan de poort vernamen dat ze geen geldige identiteitsbewijs bij hen droegen en derhalve niet werden toegelaten. Helaas. Met gebogen hoofden liepen ze de lange, steriele gangen uit, het ziekenhuis door, staken de hal door, de hoofdingang uit, de parkeergarage in, de auto in en reden bedaard de stad uit. Alles gebeurde werktuigelijk, alsof een automatische piloot bezit van hen had genomen. Ze keken elkaar niet aan, allebei bang om echt in tranen uit te barsten. Ze spraken geen woord, beiden niet goed wetend wat te zeggen. Hij staarde strak voor zich uit, berusting in zijn blik. Zij bleef stilletjes snotteren, ontzetting in haar ogen. Beide echtelieden wisten dat nu het gevreesde, onvermijdelijke punt in het ziekteproces was bereikt. Point of no return, dacht hij. Oude hit van Kansas, tevens de makers van Dust in the wind. Wel toepasselijk, dacht hij, op z’n vertrouwde, cynische wijze.

Het was een werkelijk prachtige dag. De zomer was dit jaar vroeg uitgebroken. Het was al verstikkend, haast benauwend heet in de auto. Automatisch had hij de airco voluit gezet, alsof hij de zonnige, zomerse atmosfeer van buiten zijn wereld uit wilde houden. Zijn kinderen keken hem vanaf de foto op het dashboard lachend aan. Zij wisten nog van niets. De badgasten die juist tegengesteld in de richting van de kust reden, merkten het in rouw gedompelde paar dat naar huis sukkelde niet op. Waarom zouden ze ook? Zij waren gefocust op een dagje strand: zon, zee en zaligheid. Het doodstille duo had hun brandpunt elders. Geen zon, geen zee, ja hooguit die zaligheid. Hoe zou die er uitzien? Een retorische vraag, besefte de kankerpatiënt. Hij huiverde even. Z’n altijd zorgzame vrouw draaide de airco wat lager. Straks vatte hij ook nog eens kou. Terwijl ze haar ogen met een tissue droogde, legde ze haar linkerhand op zijn licht trillende rechterhand, die hij gewoontegetrouw op de versnellingspook had liggen. Ze wilde eindelijk wat zeggen, maar dat ging gewoon niet. Liefdevol keek ze hem maar aan. Terwijl hij een soort glimlach op zijn gelaat trachtte te produceren, zag ze hoe een eenzame traan over zijn wang biggelde. Hij was bijna thuis.

© Simon Trommel
Juli 2008



Word lid van Simons bloghyves!

Kijk ook op mijn eigen weblog: Simon Trommel!


De worstelende dichteres wanhoopt:
woorden, schema’s, vormen en rijmen,
’t is zo veel meer dan wat zinsneden lijmen.
Ach, literair leuteren, nog lang geen sonnet gedoopt.

Het sonnet verbergt een keur aan geheimen,
hetgeen mij slechts tot stil bewonderen noopt.
Er is er geen die voetstoots zijn crux verkoopt.
Haar woordstrijd stokt; ze kan het niet rijmen.

Leg je lat toch niet zo hoog, gij vrouwe Vaal,
Wees eens content met je zelf gecreëerde werk:
bindend en boeiend, erudiet, fijnzinnig van taal.

Deze lezer vindt het telkenmale opnieuw sterk,
virtueel gaat hij met je taalvondsten aan de haal.
Schrijfster Mireille Vaal: een ijzersterk merk.

© Simon Trommel
Juli 2008
25 Jun, 14:00
voor Sophie

Moeder had net zo’n akelige buikpijn, als toen zijzelf, lang geleden, voor de eerste keer naar school moest. Ze kon het zich nu nog goed heugen. Was het toen de kleuterschool die lonkte, nu was het de basisschool die de spanningveroorzaker was. Het was vandaag de eerste schooldag voor haar vierjarige Sophietje. Terwijl moeder hetzelfde weeë gevoel ondervond als indertijd, stapte haar kleine dochtertje tamelijk opgewekt en welgemoed naast haar het aloude schoolgebouw binnen. Ze huppelde welhaast. Vertederd keek moeder naar haar kleine meisje. Twee blonde, korte vlechtjes, een mini rugzakje, een stralend, verwachtingsvol gezichtje met nieuwsgierige, bruine oogjes, die altijd wat verwonderd de wereld in keken. Moeder wist in welk lokaal ze zijn moesten. Helemaal achteraan, groep 1A, de Kikkertjes van juffrouw Coby genaamd. Met een brok in haar keel keek moeder toe, hoe de juf Sophie een handje gaf en haar een plekje toebedeelde in de grote kring van piepkleine stoeltjes. Ze mocht naast de juf, een ereplaats voor de nieuweling.

Terwijl andere moeders hun kroost ook afleverden, begreep moeder dat ze nu echt moest gaan. ‘Dag, Sophietje, dag, tot straks’, riep ze wat aarzelend. Dochterlief keek amper om, te veel in beslag genomen door alle nieuwe gezichtjes. Ze stak haar hand op en zwaaide terloops. Een mager afscheid. Moeder vocht tegen haar tranen. Bah, dacht ze sentimenteel, stel je nou niet aan, mal mens. Je kon je kind moeilijk heel haar leven bij je thuis houden. Maar toch, haar enig kind, haar eigen oogappeltje, haar alles. Haar grootste bezit ging voortaan zelfstandig naar school, de grote, boze wereld in. Het voelde alsof zij alleen op de wereld achterbleef. De vader van Sophie had ze eenmaal ontmoet op een Franse camping. In een wat gedeprimeerde staat wandelde ze huiswaarts, het stralende weer en de zomerse atmosfeer straal negerend. Thuis liep ze verdwaasd rond en ze belandde uiteindelijk op het kamertje van Sophietje. Ze legde zich voorzichtig op het houten Ikea-bed. Ze geeuwde, slecht geslapen immers. Ze rook aan het kussen de geur nog van haar meisje. Langzaam dommelde ze in. Ze droomde wat van haar tijd op school die niet zo erg leuk was.

Ondertussen zat Sophie met grote ogen beurtelings naar de juf en de andere kinderen te kijken. Ze was onder de indruk van alle nieuwe impressies die haar prikkelden. Juf Coby had rustig alle namen van de klasgenoten opgenoemd, ook die van Sophie. ‘Ja juf’, had ze zacht gemompeld, want dat deden de anderen ook. Kennelijk was dat dus de gewoonte. Toen zei juf dat ze eerst een verhaaltje ging vertellen. Ergens achter haar verrijdbare, blauwe bureaustoel toverde ze een veelkleurig, kartonnen doosje tevoorschijn. Alle kinderen waren prompt muisstil, alsof ze wisten wat er komen ging. Ze realiseerden zich dat er iets speciaals stond te gebeuren. De juf zei ook even helemaal niets, totdat ze er zeker van was dat alle aandacht van de kleutergroep op haar gericht was. Jufrouw Coby kende het klappen van de zweep. Een ervaren juf die al heel wat keertjes haar kunstje gedaan had. Toen begon ze.

‘Kijk eens Sophie, dit is dus het bijzondere Tinteldoosje. Een heel speciaal, geheimzinnig doosje dat hier in de klas thuishoort.’ Juf hield het doosje in de lucht, alsof ze een grote schat liet zien. Alle kinderen keken ook vol belangstelling naar het dichte doosje, waarop duidelijk zichtbaar wel een rood deksel zat. Het kon dus open, dacht Sophietje licht opgewonden. Wat zou er in zitten? De juf vervolgde met: ‘In dit doosje woont een lief kaboutertje: Kabouter Tinteltje. Hij woont er al heel lang, net zo lang als deze school al bestaat. Hij is ouder dan de juf en hij hoort bij deze klas en bij alle kindjes die hier elke dag komen. Hij zorgt voor jullie en mij.’ Met haar duim in haar mond zat Sophie gebiologeerd te luisteren. Ze zag dat een aantal kinderen om haar heen bevestigend naar de juf knikte. Sophie vond het nu al erg leuk op school.

‘Kabouter Tinteltje is heel bijzonder,’ vertelde de juf verder. ‘’s Nachts vooral heeft hij het heel erg druk hier. Dan ruimt hij wat op en hij beschermt de klas tegen boze troela’s en enge spoekies. Dat doet hij heel ijverig en dus rust hij overdag lekker uit in zijn huisje, dit doosje dus.’ Juf Coby wees nadrukkelijk en hield het leinood vlak voor het gezicht van Sophie, die het mysterieuze Tinteldoosje nog eens aandachtig observeerde. Ze snapte weliswaar niet wat de juf met troela’s en spoekies bedoelde, maar de implicatie van het geduide onheil ontging haar niet, mede doordat alle klasgenootjes met een ernstig gelaat het relaas van de juffrouw aanhoorden. ‘Nou is het aardige van onze beschermende kabouter, dat ik de afspraak heb gemaakt, dat als er een nieuw kind in de klas komt, hij of zij even in het tinteldoosje mag voelen. Heel erg voorzichtig met maar één handje.’

Na deze laatste woorden keek de juf Sophietje verwachtingsvol aan. Die glom helemaal. Dat wilde ze best wel, wat een eer. Ze knikte een bescheiden ja. ‘Je mag er echt niet in kijken hoor, maar wel voorzichtig met je rechterhand erin. Sophie knikte opnieuw, ten teken dat ze het best begrepen had. Ze voelde een lichte spanning in haar buik. Heel behoedzaam deed juf Coby het dekseltje van het doosje af en legde het weg. Toen hield ze het doosje hoog voor het gezicht van Sophie. Zij keek juf vragend aan. Mocht ze al? Juf gaf met haar ogen toestemming. Langzaam liet Sophietje haar rechter knuistje in het doosje zakken. Ze voelde iets van stof, textiel en een soort liggend mannetje? Voorzichtig bewoog ze haar vingers heen en weer. Ze kreeg het heel warm van de spanning. ‘En, voel je je al een beetje warm worden? Als het goed is, voel je het overal tintelen, vooral in je buik.’ Ook deze analyse bevestigde Sophie woordloos. Ze voelde een plezierig, tintelend gevoel door haar hele, nog jonge lichaampje. Langzaam trok de juf haar handje eruit en deed het deksel er weer plechtstatig op.

Terwijl het geheimzinnige doosje ergens verdween op het bureau achter de juf, zei deze: ‘Zo Sophie, nu hoor jij er ook bij. Jij bent vanaf vandaag een officieel Kikkertje en geen nieuweling meer, maar lid van klas 1A. Wees welkom, Hieperdepiep…’ ‘Hoera’, zetten alle kleutertjes gelijktijdig luidkeels in. De ceremonie ter verwelkoming was hiermee voorbij, begreep Sophie. Ze voelde zich nu al prima op haar gemak. Ze vond school heel erg leuk. Ze snapte niets van moeder die zich de laatste tijd er wat gematigd en aarzelend over uit gelaten had. De kinderen waren aardig en de juf was lief. Bovendien zat ze in de enige klas van school met een echte kabouter erbij. Inderdaad bleef dat spannende, tintelende gevoel de hele ochtend nog goed voelbaar. De morgen vloog voorbij.

Moeder stond tegen half twaalf al ongedurig buiten op het schoolplein te wachten. De om haar heen kwebbelende moeders negeerde ze. Wederom was ze gespannen. Hoe zou haar kleine meisje de eerste confrontatie met school hebben ondergaan? Haar ochtend had heel wat langer geduurd. Haar blik was strak op de brede, nog gesloten schooldeuren gericht. Opgelucht zag ze dan eindelijk een blij meisje naar buiten stuiven. Moeder bedacht dat zij zich wellicht ten onrechte zo ongerust had gemaakt. Voor haar neus verscheen een enthousiast, stralend Sophietje met schitterende oogjes en rode wangetjes. Ze kon niet wachten tot ze helemaal bij haar was , maar riep al van verre: ‘Mama, we hebben in de klas een Tinteldoosje!’

© Simon Trommel
Juni 2008

Meer lezen van Simon?
Word lid van de hyve Blogs van Simon!